Spiegelreflex of systeemcamera – wat is het verschil en welke moet je hebben

Een spiegelreflex is vrijwel altijd het eerste waar mensen aan denken als ze op zoek zijn naar een betere camera met meer (instel)mogelijkheden en een hogere beeldkwaliteit. Maar wat is een spiegelreflex nu eigenlijk en is het altijd en voor iedereen de beste keuze? En wat is een systeemcamera nu weer? Welke camerasoort past het beste bij jou?

Wat is een spiegelreflex

In het analoge tijdperk, toen we nog met filmrolletjes werkten, was de spiegelreflex een revolutionaire uitvinding. Met een camera wil je het liefst precies zien wat je op de foto zet. Dus wil je via de lens naar de wereld kijken. Of je nu inzoomt of uitzoomt, in de zoeker zie je het juiste beeld.
De zoeker moet dus op elk moment te gebruiken zijn, maar het lichtgevoelige filmpje mag pas belicht worden zodra je afdrukt (‘op het knopje drukt’). Het licht moet dus op een of andere manier gestuurd kunnen worden.
Daarom zit er in een spiegelreflex een beweegbare spiegel. Standaard wordt het licht dat door de lens stroomt via onder andere deze spiegel naar de optische zoeker gestuurd. Zodoende kijk je echt door de lens naar de wereld en weet je precies wat je fotografeert.
Zodra je afdrukt klapt de spiegel razendsnel omhoog. Dan gaat het licht niet meer naar de zoeker bovenop het toestel, maar rechtdoor naar de achterzijde van de camera. Daar zat vroeger een filmpje en nu dus een beeldsensor.

Wat is een systeemcamera

Dit verklaart meteen waarom zelfs de modernste spiegelreflex eigenlijk van een behoorlijk verouderd principe gebruik maakt. We werken namelijk allang niet meer met filmpjes. Daarom is die spiegel zo goed als overbodig geworden. Het licht mag gerust altijd op de beeldsensor vallen. Hij hoeft niet in het donker gehouden te worden zoals het lichtgevoelige filmpje van vroeger. Het licht kan nu dus tegelijkertijd door de beeldsensor én door de zoeker gebruikt worden.
Omdat er geen opklapbare spiegel meer nodig is, kan de behuizing van een systeemcamera een stuk kleiner en lichter gemaakt worden in vergelijking met een spiegelreflex. Het toestel is met name veel minder dik, omdat het zogenaamde spiegelhuis met een diepte van ongeveer twee centimeter wordt weggelaten.

Verschil tussen spiegelreflex en systeemcamera

Het grootste verschil tussen deze twee camerasoorten is dus dat een spiegelreflex nog een spiegelhuis met (onder meer) een opklapbare spiegel heeft. Bij een systeemcamera ontbreekt dit, dus kan hij kleiner en lichter gemaakt worden.

Daarnaast heeft een spiegelreflex een optische zoeker. Je kijkt dus altijd rechtstreeks door de lens naar buiten. Een systeemcamera heeft nooit een optische zoeker. Dat kan ook niet, omdat het licht vanuit de lens rechtstreeks naar de achterzijde van de camera gaat. Daar waar de beeldsensor zit. Er is geen spiegel meer die het licht omhoog kan kaatsen naar de zoeker.

Daarom heeft een systeemcamera een digitale zoeker. De beeldsensor staat toch continu aan, dus er is altijd digitaal beeld beschikbaar. Zodoende kun je live meekijken met wat jouw camera ziet. Oftewel: je ziet de foto al voordat hij is genomen. Met het filmpje van vroeger was dat natuurlijk onmogelijk.

Overigens zit niet in elke systeemcamera een digitale zoeker ingebouwd. Dan kun je het vaak wel als los accessoire kopen. Dat zoekertje schuif je in de flitsschoen bovenop het toestel. Heb je geen zoeker, dan fotografeer je via het scherm. Net als bij een smartphone of compact camera. Je kunt soms ook een kleine optische zoeker op de flitsschoen zetten, maar dan kijk je langs de camera en niet door de lens.

Overeenkomsten tussen spiegelreflex en systeemcamera

Het grootste verschil tussen een spiegelreflex en een systeemcamera is wat mij betreft vooral dat er verschillende soorten zoekers opzitten: optisch versus digitaal. Daardoor werk je er in de praktijk net even anders mee.

Verder zijn er vooral veel overeenkomsten. Je kunt een systeemcamera dan ook beter zien als een doorontwikkeling van de spiegelreflex. Het is de moderne variant ervan. Wat hebben deze cameratypen met elkaar gemeen?

Van beide camerasoorten is de beeldkwaliteit erg hoog. Dat heeft niets te maken met het ontbreken van een spiegel(huis) en de verschillende zoekers, maar komt puur door de heerlijk grote beeldsensor. Die is in een spiegelreflex of systeemcamera namelijk vele malen groter dan die in een smartphone of compact camera. Zonder diep in de technische details te duiken, kan een grote beeldsensor het licht aanzienlijk beter vastleggen dan een kleine beeldsensor. Daar worden je foto’s mooier van. Dit valt vooral op als je bij veel licht (denk aan felle zon en diepe schaduwen) of juist bij weinig licht (zoals tijdens de schemering of ergens binnen) werkt en ook als je een foto uitvergroot.

Beide camerasoorten zijn erg veelzijdig. Er zitten veel fysieke knoppen op en er zijn talloze menuopties waarmee je snel en gemakkelijk allerlei dingen instelt en aanpast. Zodoende kun je enorm veel invloed uitoefenen op hoe de foto uiteindelijk wordt.

Erg belangrijk is dat beide cameratypen met verwisselbare lenzen werken. Anders dan bij een smartphone of compact camera waar de (zoom)lens een vast onderdeel is van de behuizing. Omdat er veel soorten lenzen zijn, kun je steeds de beste lens kiezen voor wat je van plan bent. Denk aan een macrolens voor mooie details, een groothoeklens voor indrukwekkende landschappen, een telelens voor wilde dieren en een portretlens voor portretten.

Sterke punten spiegelreflex

In plaats van te spreken over voordelen en nadelen, heb ik het liever over de sterke punten van de spiegelreflex en de systeemcamera. Het is namelijk maar net wat jij ermee van plan bent en wat jij fijn vindt werken of iets een nadeel of een voordeel is. En ook of je er überhaupt ooit ‘last’ of profijt van hebt. Sommige ‘beperkingen’ kun je ook nog eens op een praktische manier oplossen. Als je niet dagelijks over modderige paadjes rijdt en voornamelijk met verharde wegen te maken hebt, heb je bijvoorbeeld geen terreinwagen nodig. Die ene keer rijd je gewoon om de modderplas heen.

Omdat de spiegelreflex al een hele tijd bestaat, zijn ze in vele soorten en maten verkrijgbaar. Je hebt dus een ruime keuze en een instapmodel is al voor relatief weinig geld te koop. Wel zijn er steeds minder fabrikanten die ze maken: eigenlijk alleen nog Canon, Nikon en Pentax/Ricoh. Alle andere merken zijn inmiddels overgestapt op systeemcamera’s: Olympus, Panasonic, Sony en FujiFilm. Een fabrikant als Samsung is helemaal gestopt met het maken van camera’s.

Hetzelfde geldt voor de lenzen (objectieven). Voor een spiegelreflex bestaan veel meer lenzen dan voor een systeemcamera. Dat is gunstig, want je koopt dit soort camera’s juist omdat de lens verwisselbaar is. Dus hoe meer keuze, hoe meer mogelijkheden je hebt. Nu zijn de meest gebruikte lenzen ook wel voor een systeemcamera verkrijgbaar, maar de wat meer specialistische lenzen zoals een tilt-shift lens of een fisheye vaak niet.

Een spiegelreflex verbruikt erg weinig stroom, waardoor je enorm lang met een accu doet. Meer dan duizend opnamen op één acculading is geen uitzondering. Dit geldt alleen zolang je via de optische zoeker werkt. Werk je liever via Live View (oftewel je fotografeert via het camerascherm), dan is je accu aanzienlijk sneller leeg.

Een optische zoeker is een soort venster op de werkelijkheid. Je ziet het deel van de omgeving dat je in beeld neemt zoals je het zelf ook ziet (zonder camera). Sommige fotografen vinden dat erg prettig. In deze zoeker zie je dus nooit hoe de uiteindelijke foto wordt. Je moet af en toe je foto’s terugkijken op het camerascherm om te zien of alles gaat zoals je wilt.

Een spiegelreflex komt heel snel uit slaapstand. Stel je wacht in een schuilhut tot eindelijk dat bijzondere vogeltje aan komt fladderen. Je raakt de ontspanknop even aan, de camera ontwaakt onmiddellijk en je maakt een foto. Je kunt ook gewoon door de zoeker blijven kijken ook al slaap je camera of staat hij uit. Als een systeemcamera uitstaat of slaapt is de zoeker zwart en zie je niets. Bij inschakelen duurt het wat langer voordat je weer beeld hebt.

Wat scherpstellen betreft en het automatisch volgen van (snel) bewegende onderwerpen, was een topmodel spiegelreflex lange tijd heer en meester. Systeemcamera’s waren tot voor kort minder snel en nauwkeurig met volgen en scherpstellen. Daar komt nu verandering in. Sommige systeemcamera’s presteren nu even goed of zelfs beter dan de snelste spiegelreflexen.

Sterke punten systeemcamera

Voor een systeemcamera bestaan dan wel minder lenzen, maar er zijn adapters verkrijgbaar waardoor je alsnog veel spiegelreflex-lenzen op je systeemcamera kunt gebruiken. Zo breid je de keuze enorm uit. Nadeel is wel dat de combinatie wat groter en zwaarder wordt. Ook kun je soms niet scherpstellen of gebeurt dit wat langzamer, of neemt de beeldkwaliteit iets af.

Een systeemcamera is compacter en lichter. Het toestel is vooral een stuk slanker. Een spiegelreflex is daarbij vergeleken maar een lompe baksteen. Deze winst in gewicht en formaat zie je helaas niet terug bij de lenzen. Al zijn ze wel iets compacter en lichter dan vergelijkbare spiegelreflex-lenzen, zoiets als een lichtsterke telelens blijft nog steeds een forse lens. Alleen door slim je lenzen te kiezen kun je jouw cameraset lekker compact en licht houden.

Met een systeemcamera val je minder op en kom je niet zo snel ‘bedreigend’ over op omstanders. Of je nu in opdracht werkt, je vrienden fotografeert, of al dan niet onopvallend op straat fotografeert, je kunt mensen zo veel natuurlijker op de foto zetten.

Systeemcamera’s bestaan nog maar relatief kort. Toch zijn er al best veel fabrikanten met een behoorlijk ruim assortiment (Olympus, Panasonic, Sony en FujiFilm). Bij de twee mainstream merken Canon en Nikon moet je nog steeds vooral zijn voor een spiegelreflex. Canon heeft wel een paar systeemcamera’s uitgebracht, maar bijna geen bijpassende lenzen (dus leun je zwaar op een adapter met spiegelreflex-lenzen). Nikon heeft alleen enkele systeemcamera’s met een relatief kleine beeldsensor.

Een digitale zoeker heeft veel voordelen. Je ziet wat de beeldsensor ziet, dus weet je vooraf al hoe de foto wordt. Als de kleuren niet goed zijn, of de camera dreigt over of onder te belichten, dan zie je dat meteen en kun je actie ondernemen nog voordat je de foto maakt. Ook zie je elke gemaakte foto meteen terug in de zoeker, zodat je exact weet wat je hebt vastgelegd. Knipperde je model, dan druk je snel nog een keer af. Je hoeft de camera dus niet steeds van je oog weg te halen om je foto’s op het scherm te beoordelen. Wat ook nog eens vrij lastig is om te doen als je in fel zonlicht staat.

Door op de afspeelknop te drukken kun je al je foto’s terugzien in de digitale zoeker. Omdat je de camera hierbij tegen je oog drukt, heb je nagenoeg geen last van omgevingslicht en kun je heel goed beoordelen of je foto gelukt is.

Ben je brildragend of heb je een leesbril nodig? Op een systeemcamera stel je één keer de dioptrie van de zoeker in en daarna kun je fotograferen en al je foto’s terugkijken in de zoeker zonder steeds je bril op en af te zetten. Ideaal, kan ik je uit ervaring vertellen.

Ook het menu is via de zoeker te bedienen. In principe heb je het camerascherm niet eens meer nodig. Hooguit om je foto’s aan anderen te laten zien, of om vanuit een hoog of laag standpunt te fotograferen omdat de meeste schermen kantelbaar zijn.

Fotografeer je in het donker, dan wordt het beeld in de digitale zoeker versterkt. Je hebt daarom nog heel lang prima zicht. De optische zoekers spiegelreflexen hebben het dan allang opgegeven. Verder kun je het beeld vaak wel tot tien keer uitvergroten, zodat je heel nauwkeurig handmatig kunt scherpstellen. Bijvoorbeeld bij nachtopnamen, maar ook overdag. Dankzij focus peaking en zebrastrepen wordt scherpstellen nog eenvoudiger. Ik vertelde het al eerder. Het grootste verschil tussen een spiegelreflex en een systeemcamera komt door de zoeker.

Werk je soms toch liever met een optische zoeker? Dan is een FujiFilm X-PRO2 systeemcamera mogelijk iets voor jou. Dit is een zogenaamde rangefinder met een hybride zoeker. Dat is een optische zoeker en digitale zoeker in één, dus je kunt kiezen welke van de twee je gebruikt. Met de optische zoeker kijk je niet door de lens zoals bij een spiegelreflex, maar via een extra ‘kijkglaasje’ langs de lens. Zodoende zie je meer dan er op de foto komt. Zo kun je goed anticiperen op wat er in de omgeving gebeurt. Handig voor bijvoorbeeld documentairefotografie en straatfotografie. Je ziet precies wanneer iemand het beeld binnen stapt. Een rangefinder werkt dus wel een beetje anders dan een spiegelreflex.

Professionele spiegelreflexen kunnen heel veel beelden per seconde maken. Een systeemcamera kan dit tegenwoordig ook, zelfs de minder geavanceerde modellen. Daarnaast zit er bijna altijd een stille sluiter op. Dit betekent dat je volledig of nagenoeg geluidloos kunt fotograferen. Perfect bij officiële gelegenheden. Dan trekken jij en je camera niet onnodig de aandacht. Als je deze elektronische sluiter activeert, kun je nog meer beelden per seconde schieten en laat je de meeste spiegelreflexen ver achter je.

Steeds vaker zitten de snelste scherpstelpunten over het volledige beeld verspreid. Zodoende kun je altijd snel en nauwkeurig scherpstellen en ook bewegende onderwerpen volgen, ongeacht waar in het beeld ze zich bevinden. Bij een spiegelreflex zitten de snelste punten nog altijd rond het beeldcentrum geconcentreerd en gaat dat lastiger. Alleen in Live View is de spreiding soms beter, maar dan fotografeer je via het scherm door de camera voor je gezicht te houden.

Bij een spiegelreflex kun je last hebben van twee nare verschijnselen genaamd back-focus en front-focus. Ook al stel je perfect scherp, als je de foto’s bekijkt blijkt dat de scherpte alsnog te ver naar achteren of naar voren ligt. Of het optreedt, in welke vorm en hoe ernstig het is, hangt zowel af van de camera als de lens die je gebruikt. De ene lens werkt bijvoorbeeld perfect, een andere stelt iets te dichtbij scherp en een andere veel te ver. Bij geavanceerde spiegelreflexen kun je dit zelf corrigeren, maar dat is een erg lastig, secuur en vooral vervelend werkje. Bij systeemcamera’s  heb je hier gelukkig nooit last van.

Wat is voor jou de beste keuze

Met zowel een spiegelreflex als een systeemcamera heb je enorm veel mogelijkheden en kun je prachtige foto’s maken. Beide camerasoorten hebben hun sterke en minder sterke punten. Welk type camera het beste bij jou past, heeft daarom vooral te maken met wat jij prettig vindt werken.

Wil je bijvoorbeeld per se een optisch zoeker hebben, dan kom je automatisch bij een spiegelreflex uit. Hetzelfde geldt als één of meer sterke punten van dit cameratype erg belangrijk zijn voor jou. Het gaat wel om behoorlijk specifieke situaties, dus sta even stil bij de vraag of dat nou echt wel zo onmisbaar / onoverkomelijk is voor jou.

In alle andere gevallen zou ik persoonlijk eerder voor een systeemcamera gaan. Alleen al een digitale zoeker biedt namelijk enorm veel voordelen en geeft je veel extra gemak tijdens en na het fotograferen.

Daarnaast vinden de meeste innovaties momenteel plaats in systeemcamera’s en in mindere mate bij spiegelreflexen. De systeemcamera heeft de toekomst. Het is de opvolger van de reflexcamera. Ik zou daar zelf liever in investeren. Alleen in heel specifieke gevallen is een spiegelreflex (op dit moment) een betere keuze. Nu weet ik ook wel dat er nog steeds mensen zijn die platen draaien en naar cassettebandjes luisteren. Spiegelreflexen zullen vast ook nog wel even blijven bestaan. Maar hoelang blijft het nog mainstream?

, , , ,

www.keeskrick.com