Geplaatst op

Column: Kiespijn

Ik kom regelmatig in Zuid Limburg, maar gezien het pechgehalte van de Krickjes (zie onder andere de column Repareren, de driedelige serie ‘Palletje-nokje syndroom’ (1, 2 en 3) en niet te vergeten de columns ‘Lege blikjes’, Klaptop en “Onzichtbare foto’s”) heb ik mij voorgenomen om voortaan geen stap meer over de provinciegrens te zetten zonder grondige voorbereiding.

Verder lezen Column: Kiespijn
Geplaatst op

Column: Stap opzij

Mistflarden drijven over weilanden en tussen groepjes bomen door. Het is doodstil. Ik snuif een flinke teug heerlijke, frisse ochtendlucht op. Vochtig en koel. Op mijn geest heeft dit het effect van een snelwerkende energiedrank. Boven mijn hoofd klinkt een nauwelijks hoorbaar zoevend geluid. Een groepje vogels vliegt over en vervaagt al snel in de nevel.

Verder lezen Column: Stap opzij
Geplaatst op

Column: Pottenkijker

Het is weer zover. Eén milliseconde nadat de vuilniswagen de straat verlaten heeft, plaatst een buurtbewoner grofvuil naast de container. Het is niet te geloven! Weten we het na vijftien jaar nog steeds niet? Pleur dat ding in je eigen achtertuin, tot de dag dat het grofvuil wordt opgehaald. Uitleggen heeft geen zin. Sommige mensen hebben stront in hun oren. En ogen.

Verder lezen Column: Pottenkijker
Geplaatst op

Column: Schommelen

Laura (4 jaar) is door het dolle heen. Ze krijgt een schommel van ons. In elke speeltuin, van eenvoudig tot super deluxe, is de schommel haar favoriete attractie. Ook de zandbak en van die houten klimhuisjes vindt ze prachtig. De ruimte in onze tuin is beperkt, een schommel kan er nog net in, een klimhuisje betekent dat wij – Elvira en ik – degene zijn die moeten gaan klimmen. En wel overheen, om nog bij het huis of de schuur te kunnen komen.

Verder lezen Column: Schommelen
Geplaatst op

Column: Palletje-nokje syndroom, een drieluik (deel 3)

Mijn mond vormt een geluidloze uiting van verbazing: ‘O.’ De meneer van de garage is dan al naar binnen gelopen en duikt achter een levensgroot beeldscherm. Af en toe kijkt hij zenuwachtig mijn kant op, maar zegt geen woord. Soms drukt hij behoedzaam op een knop van het toetsenbord,. Zo zachtjes dat het onhoorbaar is. Om vervolgens langdurig en zonder merkbare oogbewegingen naar het scherm te staren.

‘Lukt het niet?’ vraag ik na acht minuten van zwijgend toekijken. Hij schudt zijn hoofd en staart rustig verder.

Verder lezen Column: Palletje-nokje syndroom, een drieluik (deel 3)