Geplaatst op

Column: Horen, zien en reageren

Een goed verstaander heeft aan een half woord genoeg. Daarom zou ik verwachten dat iets minder goede verstaanders meerdere halve woorden nodig hebben. Met een hoop halve woorden kun je immers grote hoeveelheden hele woorden en zelfs zinnen maken. Je kunt er desnoods een complete talkshow of een boek mee vullen. Alhoewel? Een aantal mensen lijkt zelfs geen half woord nodig te hebben, die begrijpen al direct waar het om gaat. Althans, dat denken ze.

Loop ik zo rond een uur of twee in de middag met mijn jas aan het kantoorgebouw uit, komt een collega mij lachend tegemoet lopen. ‘Zo, Kees. Je stopt er al vroeg mee vandaag.’ Dat het bedrijf waar wij allebei al een hele tijd werken over meerdere gebouwen verspreid zit, weet hij net zo goed als ik. (opmerking: toen dit speelde had ik nog een vaste baan, sinds 2008 ben ik zelfstandig)

Nog erger is het als ik op een stralend zonnige middag met een paraplu datzelfde pand verlaat. Opmerkingen als “het is droog, hoor” zijn dan niet van de lucht. Serieus? ‘s Morgens viel de regen nog met bakken uit de lucht, verwacht iedereen soms dat mijn paraplu tijdens de middagpauze helemaal spontaan terug fladdert naar de kofferbak van mijn auto op het parkeerterrein?

Nog eentje, weer op het werk. Ik sta op het punt om naar huis te gaan, trek mijn jas aan en bedenk mij ineens dat ik nog iemand moet bellen. Met jas en al neem ik weer plaats achter mijn bureau. ‘Heb je het koud?’ hoor ik nog geen halve seconde later achter mij. Op zo’n moment vraag ik mij wanhopig af of hier werkelijk een serieus antwoord op verwacht wordt.

Is het dan als grapje bedoeld? Helaas niet. Vaak lijkt het inderdaad op nogal voor de hand liggende en soms zelfs flauwe grappen. Maar nee, ze menen het bloedserieus. Echt als constatering.

Zo maakte iemand een keer de opmerking ‘loop je nu alweer op de gang?’ Waarop ik terugkaatste dat hij dat blijkbaar ook deed, want hoe kon hij mij anders “steeds” tegenkomen? Waarop ik hem zichtbaar zag nadenken: ‘O, ja, dat is ook zo.’

Op zich zijn deze voorvallen ook weer niet zo heel erg. Er valt best mee te leven. Vooral de zekerheid dát mensen iets zullen gaan zeggen en het feit dat ik redelijk kan voorspellen wát ze gaan zeggen, maakt het een stuk makkelijker ermee om te gaan.

Er blijven echter voorvallen waar ik wel degelijk moeite mee heb.

Dat is in de gevallen waarbij iemand aan de hand van een gebaar dat ik maak of een handeling die ik verricht, direct meent te weten wat ik van plan ben. Er wordt mij niets gevraagd, ik heb niet eens om een reactie gevraagd, die persoon verzint gewoon iets waar ik bij sta. Iemand wil mij dan persé duidelijk maken dat wat ik doe totale onzin is, volledig belachelijk is. En vooral, dat het op zijn of haar manier veel beter en handiger gedaan kan worden.

Snapt zo iemand dan niet dat ik gewoon “ergens” mee bezig ben? Dat wat hij ziet maar een stukje van een groter geheel is? Dat ik dingen doe die voor een buitenstaander misschien onbegrijpelijk lijken, nergens op lijken te slaan, terwijl ik – nota bene de persoon die ermee bezig is – wel degelijk weet wat ik doe en waarom ik dat doe?

Een voorbeeld kan denk ik geen kwaad. Ik ben aan het printen, maar de papierbak van de printer is vrijwel leeg. Dus ik pak een nieuw stapeltje papier en schuif de papierlade van de printer open. Er liggen nog enkele velletjes in, die ik vastpak. ‘Gaat hij tellen of zijn document er nog wel op past!’ klinkt er meteen vlak naast mij. Verbaasd kijk ik mijn collega aan. Ik  raak de velletjes nog maar amper aan, hoe kan hij nu al weten wat ik van plan ben? Kan hij soms in mijn hoofd kijken?

Overduidelijk niet, want dan had hij wel iets anders gezegd, of gewoon zijn mond gehouden. Trouwens, een goed verstaander zou meteen door hebben wat ik van plan ben. Want het is toch algemeen bekend dat je altijd eerst de overgebleven vellen papier uit de printer moet halen, om het vervolgens samen met de nieuwe vellen als één homogene stapel terug in de printer te plaatsen?

Met de uitleg die er nu aan wordt gegeven lijkt mijn handeling vooral erg dom: ik tel de velletjes, want als mijn document er nog net op past, vul ik de printer niet bij. Dan mag een andere collega dat straks doen. Heel logisch ook: daarom pak ik alvast nieuw papier uit het kastje onder de printer en open de printerlade, alleen maar om dat allemaal weer ongedaan te maken als het niet nodig blijkt te zijn… Serieus?

Is het handig om aan zo iemand uit te leggen wat ik dan wel van plan ben? Nee, absoluut niet. Sommige mensen hebben nu eenmaal meteen een eigen interpretatie en oordeel klaar. Ze denken direct te weten wat ze zien en waar het over gaat. In plaats van net even wat langer kijken, goed te observeren, of even een belangstellende vraag stellen, om te bepalen wat er daadwerkelijk gebeurt.

Dus nee, ik houd tegenwoordig gewoon mijn mond. Niet horen, zien en reageren, maar als vanouds: horen, zien en zwijgen. Want anders kan ik wel aan de gang blijven met mijzelf verdedigen, met te rechtvaardigen wat ik doe en waarom ik het zo doe.

Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Helaas trekken sommige mensen liever hun eigen voorbarige conclusies, voordat je ook maar een woord over je lippen hebt gekregen.

Lees dan mijn column Schroefje!