Vorige week was het tijd voor mijn jaarlijkse uitje naar Durgerdam. Dat verliep dit keer wel een beetje vreemd. Eind december drong het namelijk ineens tot mij door dat we al dagen achter elkaar helder weer hadden. Geen mist. Geen regen. Geen mistroostige schemering die de hele dag aanhoudt. Maar wel vorst, en dus kans op een ijsmeer! Snel bekeek ik het weerbericht (www.vwkweb.nl) om erachter te komen dat het nu of nooit was. Het was dertig december. Niet de laatste dag van het jaar, wel de laatste zonnige dag van het jaar.
En dus gooide ik mijn dagschema abrupt om en sprong meteen in de auto. Nu kom ik wel vaker in Durgerdam, maar ik ga altijd een keertje extra zodra het flink heeft gevroren. Van Durgerdam tot Monnickendam vind je dan fraaie, sprookjesachtige landschappen langs de waterkant. Sorry, ijskant.
Anno 2000 stond ik hier nog geheel in mijn uppie met mijn digitale camera. Af en toe klommen dan wat ‘gewone’ voorbijgangers de dijk op, keken hooguit vijftien seconden naar het ijs, riepen een paar keer ‘ooohhhh wat mooi’ en glibberden dan snel weer terug naar de warme auto.
Dit keer leek het wel of er een dagtocht georganiseerd was. Fotografen liepen met bosjes tegelijk het talud op en af. Wel zo leuk, want dan maak je nog eens een praatje. Enige minpunt was dat het niet (lang) genoeg gevroren had en je daardoor het ijs niet op kon gaan.
Dankzij de sterke oostenwind was wel een grote hoeveelheid ijsschotsen tegen de kust aan gebotst en daar vervolgens aaneen gevroren.
Door het vele opspattende water was ook de lage begroeiing langs de waterkant volledig door het ijs ingekapseld. Je krijgt dan een soort van rechtopstaande ijspegels met inhoud. Samen met de ijsschotsen vormt dat een mooi beeld.
Eén fotograaf vond de schotsen er stevig genoeg uitzien. Ik hoop dat het gevoel in zijn onderbenen ondertussen weer is teruggekeerd. Kortom: de camerastandpunten waren dit jaar wat beperkt.
Kun je wel het ijs op, zoals in eerdere jaren, dan loop je op je gemak langs de kustlijn en zijn de mooiste plekken eenvoudig van dichtbij te fotograferen. Nu moest iedereen het met dezelfde doorkijkjes in het riet doen. Vandaar dat je een dag later de krant openslaat en denkt, hé, dat is mijn foto! Maar nee, ook fotografen van grote Nederlandse kranten zitten met hetzelfde probleem en foto’s worden dan al snel identiek.
In ieder geval zag ik die dag één van mijn stelregels weer prachtig bewezen: een fotograaf hoort minstens vieze knieën te hebben zodra hij weer naar huis gaat. Vanaf de hoge dijk was het ongetwijfeld een koddig gezicht. Al die fotografen liggend in de meest onmogelijke houdingen. Tussen het riet en gedrapeerd over bevroren rotsblokken.